Reflectie
Wanneer stop je?
Ook als je eigenlijk door zou kunnen?
Afgelopen dinsdag, in de ochtend…
werd ik onverwachts aangevallen
door een grote nijlgans.
Schrik.
Schaafwonden.
Maar geen breuken.

Ik ben niet gebeten.
De schaafwonden ontstonden door de val.
Ik rende door.
Naar huis.
Daarna een controle
bij de huisartsassistent.
En voor de zekerheid
een tetanusprik.
Gelukkig zag alles
er verder goed uit.
Verdieping
De dagen daarna
stonden in het teken van luisteren.
Nog meer dan anders.
Meer rust.
Minder beweging.
Kijken wat kan.
En tegelijkertijd:
de rem erop houden.
Niet meer doen
dan nodig is.
Ik merkte dat mijn lichaam
de energie goed kon gebruiken
om te herstellen.
Vandaag is het vrijdag.
Drie dagen later.
Ik voelde me goed.
Energiek.
En toch…
kwam er een stemmetje:
“Ga hardlopen.”
Maar daar luisterde ik niet naar.
De wonden zijn nog niet dicht.
Mijn lichaam is nog bezig.
Ik kan wandelen.
Ik kan traplopen.
Ik kan stofzuigen.
Ik kan zelfs de beweging maken.
Maar waarom zou ik?
Waarom zou ik nu iets forceren?
Ik heb niets te bewijzen.
Niets te verliezen.
Een paar dagen extra rust
kan juist helpen.
Om daarna weer
volledig terug te komen.
Dus ik kies voor vertragen.
Ik geef mijn lichaam
de ruimte.
En zie wat er gebeurt.
Wonden helen.
Beweging wordt soepeler.
Energie komt terug.
Dat geeft vertrouwen.
Wat kun je vandaag doen?
Kijk eens naar jezelf.
- Wanneer ga jij door terwijl je eigenlijk zou moeten stoppen?
- Luister je naar je lichaam, of naar dat stemmetje in je hoofd?
- Kun je jezelf de ruimte geven om te herstellen?
- Wat gebeurt er als je bewust even vertraagt?
Soms is stoppen…
geen stap terug.
Maar juist
een stap vooruit.